Goede zorg begint bij echte aandacht
Jeannet Witteveen, ambulant begeleider, vertelt over de veranderingen in de zorg
7 april 2026
Met een verplegingsdiploma op zak solliciteerde Jeannet na haar afstuderen in 1982 bij de Slunterhof in Ede, toen nog Stichting Tehuizen voor Geestelijk Gehandicapten. Ze begon als groepsleidster, volgde verschillende opleidingen en werkte uiteindelijk zo’n tien jaar op deze locatie.
Goede zorg begint bij echte aandacht
Jeannet Witteveen, ambulant begeleider, vertelt over de veranderingen in de zorg
7 april 2026
Met een verplegingsdiploma op zak solliciteerde Jeannet na haar afstuderen in 1982 bij de Slunterhof in Ede, toen nog Stichting Tehuizen voor Geestelijk Gehandicapten. Ze begon als groepsleidster, volgde verschillende opleidingen en werkte uiteindelijk zo’n tien jaar op deze locatie.
0341 46 78 20
De betrokkenheid was groot
De Slunterhof was een woonplek voor 24 bewoners,” vertelt Jeannet. “Iedereen had een eigen kamer met wastafel, maar douches en toiletten waren gedeeld. Mannen en vrouwen woonden gescheiden en de eetmomenten liepen strak: twee groepen, vaste tijden, vaste plekken. Overdag waren bewoners vrijwel altijd weg naar de sociale werkplaats of dagactiviteiten.” De betrokkenheid binnen de Slunterhof was groot. Er waren verschillende commissies, er werd regelmatig actiegevoerd voor goede doelen en ouders en verwanten waren actief betrokken. “Elke zondagochtend kregen bewoners ontbijt op bed. Daar word je handig in als je het elke week doet,” zegt Jeannet lachend.
Op weg naar meer zelfstandigheid
In de loop der jaren veranderde de behoefte van bewoners. Er ontstond steeds meer vraag naar zelfstandig wonen. In 1993 hielp Jeannet bij de start van het eerste buitenhuis. “Zes bewoners gingen daar zelfstandig wonen, met begeleiding in de middag en avond. Ze leerden koken, wassen en hun dagen organiseren. Dat werkte heel goed”, vertelt Jeannet.
Later volgden meer buitenhuizen. Tegelijk kwamen er steeds vaker mensen uit de buurt met de vraag of ze mee konden eten of wat extra hulp konden krijgen. Gaandeweg werd duidelijk dat deze vragen groter waren dan alleen aanschuiven aan tafel. Zo ontstond het idee voor een ambulante tak: begeleiding aan huis, op vaste momenten, met echte aandacht. Bij de Slunterhof werd een schuurtje omgebouwd tot steunpunt. Dit groeide door en kreeg een nieuwe rol toen Careander bij het Carré-project ambulante appartementen realiseerde. Het steunpunt verhuisde mee en werd een belangrijke plek voor mensen die zelfstandig wonen, maar wel behoefte hebben aan contact of ondersteuning.
Een fijne, veilige ontmoetingsplek
Wat voor Jeannet nooit veranderde, is het belang van een veilige ontmoetingsplek. Veel ambulante cliënten hebben een klein netwerk. In het steunpunt ontmoeten zij anderen, drinken koffie, delen verhalen of helpen elkaar. Tijdens corona werd duidelijk hoe waardevol dat is: de gezelligheid en nabijheid werden het meest gemist.
Tegelijk ziet Jeannet dat de zorgvraag verandert. Er zijn meer cliënten met psychische problemen en de maatschappij wordt ingewikkelder. Bijvoorbeeld door digitalisering en minder contact in de buurt. “Juist daarom is dit steunpunt zo belangrijk,” zegt ze. “Hier word je gezien.”
Van zorg naar gewoon leven
De beweging ‘van zorg naar gewoon leven’ herkent Jeannet goed. “Veel van wat we deden, doen we al binnen ambulant,” zegt ze. “We stimuleren mensen om zelf te doen wat ze kunnen en nemen hun wensen serieus.” Toch is ze voorzichtig. “Digitaal contact kan handig zijn, maar het vervangt nooit dat je iemand echt ziet en voelt hoe het met iemand gaat. Ik vind het belangrijk dat we er echt kunnen zijn.”
Volgens Jeannet worden mensen met een verstandelijke beperking soms overschat. “De maatschappij wordt steeds ingewikkelder. Veel gaat digitaal, je moet zelfredzaam zijn en buren kennen elkaar steeds minder. Veel cliënten kunnen dat niet altijd bijbenen, hoe graag ze het ook willen.” Daarnaast ziet ze vaker complexe zorgvragen, zoals psychische problemen naast een verstandelijke beperking. “Daar moeten we realistisch in blijven,” zegt ze. “Kijken naar wat iemand écht kan, wat iemand kan leren en wat altijd een hulpvraag blijft.”
Meebewegen naar de toekomst
Gelukkig ziet ze ook kansen. Nieuwe generaties kunnen vaak goed omgaan met digitale middelen. En zelf wil ze blijven meebewegen, zolang haar waarden overeind blijven: nabijheid, menselijkheid en realistische verwachtingen.
Wat haar motiveert, is de inzet die ze ziet bij cliënten. “Ambulante cliënten hebben vaak een enorme drive om zelfstandig te blijven. Dat vind ik mooi. Als ik zie hoe hard zij werken om in hun eigen kracht te staan, helpt dat mij om mee te bewegen met ontwikkelingen waar je niet omheen kunt.”
Na al die jaren blijft één ding leidend: goede zorg begint bij echt contact.“Wanneer we het menselijke aspect vasthouden, komen we samen heel ver.”